Otosclerose is een erfelijke botziekte waarbij zich sponsachtig bot vormt in het inwendige oor. Deze botvorming op de grens tussen het middenoor en binnenoor kan tot gehoorverlies leiden. Vanaf de buitenkant gezien is de gehoorgang het eerste gedeelte van het inwendige oor. Aan het einde van de gehoorgang zit het trommelvlies. Daarachter is een holle ruimte (middenoor) waar zich drie kleine botjes bevinden: de gehoorbeentjes. Deze gehoorbeentjes geven geluidstrillingen door van het trommelvlies naar het binnenoor. Hierdoor kunt u horen. Om goed te kunnen werken, moeten deze gehoorbeentjes zich vrij kunnen bewegen. Biotosclerose kan het laatste gehoorbeentje (de stijgbeugel) door de botgroei vast komen te zitten. Hierdoor krijgt u last van gehoorverlies.
Lang niet iedereen met otosclerose krijgt last van verschijnselen. Geschat wordt dat in totaal 1% van de bevolking gehoorproblemen heeft door otosclerose. Gewoonlijk ontstaat otosclerose tussen de achttien en veertig jaar. De aandoening komt tweemaal vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het is niet bekend waarom dat zo is. Bij vrouwen treedt de aandoening vaak voor het eerst op tijdens de zwangerschap of verergert in die periode. Alleen een kno arts kan de diagnose stellen en in overleg met u bespreken welke behandeling voor u de voorkeur verdient.
Er zijn twee behandelingsvormen: een gehoorapparaat of een operatie. Verschijnselen van otosclerose Otosclerose kan leiden tot slechthorendheid en oorsuizen. Dit gebeurt als de drie gehoorbeentjes niet meer vrij kunnen bewegen door extra botvorming. Als het laatste gehoorbeentje (de stijgbeugel) vastgroeit, worden de geluidstrillingen niet meer goed doorgegeven. Hierdoor wordt u slechthorend. Het gehoor neemt meestal in beide oren af, maar komt soms aan één oor voor. U wordt niet helemaal doof. Otosclerose heeft niet altijd deze afloop. Slechts één op de tien mensen met otosclerose krijgt last van steeds slechter wordend gehoor en oorsuizen. In de meeste andere gevallen groeit alleen een klein beetje bot op de stijgbeugel zelf, of op andere plaatsen in het middenoor. Dit levert voor het gehoor geen problemen op.
Slechthorendheid ontstaat pas wanneer de stijgbeugel door de botgroei helemaal vast komt te zitten. Helemaal doof wordt u niet omdat geluid door nog een vierde bot naar het binnenoor komt: het rotsbeen. Dit bot is onderdeel van de schedel. Als het geluid niet meer via de gehoorbeentjes wordt doorgegeven, blijft wel het geluid via het rotsbeen te horen. Geluid via die weg klinkt wel een stuk zachter.